Verklarende woordenlijst voor de digitale camera


terug naar de digitale camera's productvergelijker

Verklarende woordenlijst voor de digitale camera

Hieronder vindt u een alfabetisch overzicht van de gebruikte technische termen bij digitale camera’s.

Afmetingen sensor
Dit veld geeft aan hoe groot de optische sensor is die in deze camera wordt gebruikt. De grootte van de sensor is onder meer bepalend voor de hoeveelheid beeldruis.

Bestandsformaten
Geeft weer hoe de digitale beelden in de camera worden opgeslagen. Er zijn verschillende bestandsformaten, de meest bekende zijn AVI, MPEG2 en MPEG4.

Besturingssysteem
Dit veld geeft een indicatie van de ondersteunde besturingssystemen voor deze camera. Vaak komt het voor dat de producent alleen opgeeft dat de camera met Windows werkt, maar niet specificeert welke versies van Windows. Over het algemeen vergeten producenten dat er ook andere besturingssystemen zijn zoals MacOS X en Linux. Heel veel digitale camera's werken al heel goed samen met MacOS X, Linux en daarvan afgeleide besturingssystemen.

Continue opname spec
Indicatie van de continue opname functionaliteit van de camera. Meestal weergegeven in het aantal foto's (fps, frames per seconde) en een periode in seconden. Bijvoorbeeld: "2.5 fps, 10 sec max". Dit houdt in dat de camera in staat is om 10 seconden lang 2.5 foto per seconde te maken en die foto’s allemaal te onthouden voordat de camera genoodzaakt is de informatie weg te schrijven naar het (tragere) opslagmedium.

Continue opnames
Geeft een indicatie of deze camera geschikt is voor het maken van 'continue opnames', een reeks opnames met een zeer korte tijd tussen elke foto. Dit kan handig zijn voor het maken van foto's van sporters of andere snel bewegende objecten.

Digitale zoom
Digitale zoomcapaciteit van de camera. Digitale zoom is zoomen door een bepaald deel van het digitale beeld uit te vergroten. Dit betekent dat nadat de foto wordt gemaakt, er een stuk uit de foto digitaal wordt vergroot. Doordat hier digitaal rekenwerk aan te pas komt en de "bron" (de niet digitaal ingezoomde foto) minder informatie heeft over dat stuk beeld dan wat het "resultaat" moet worden, bestaat de kans dat de kwaliteit van de foto vermindert. Veel camera's staan niet toe dat u direct digitaal mag zoomen. Er dient dan eerst volledig optisch ingezoomd te worden voordat de digitale zoomfunctionaliteit kan worden gebruikt. Digitaal zoomen is ook gevoelig voor "trillingen" van de menselijke hand tenzij er voldoende belichting is (snelle sluitertijd), of de camera op een stabiel oppervlak (statief) staat.

Filmopname
Geeft aan of de camera in staat is om (veelal korte) filmpjes op te nemen. Indien de camera deze functionaliteit bezit en de informatie voor handen is, kunt u in het veld 'filmopname specificaties' terugvinden wat de capaciteit van de camera is.

Filmspecificaties
Geeft aan wat de filmkwaliteiten van de camera zijn. Veelal aangegeven in een resolutie, een tijdsduur en een aantal fps. Fps staat voor frames per second oftewel beeldjes per seconde. Een typisch voorbeeld: "320x200 15fps 30sec".

Flitser
Geeft aan of deze camera een flitser heeft of optioneel een flitser kan besturen. Een 'hotshoe' is een houder waar een 'intelligente flitser' in geplaatst kan worden. Deze flitser kan dan met de camera bepalen wat de beste flitsmethode is. Daarnaast bestaan er digitale camera's waar u externe flitsers op kunt aansluiten middels een speciale aansluiting. Dit type flitsers wordt meestal gebruikt door professionele fotografen en is vooral terug te vinden op de duurdere digitale camera's.

Focus
Geeft aan of u de focus van de camera handmatig kunt instellen of dat dit automatisch gebeurt, of een combinatie daarvan (dat komt het meeste voor). Automatisch: de camera bepaalt zelf de beste focus op het object. Semi-automatisch: de camera bepaalt zelf de beste focus maar laat het aan de gebruiker om dit eventueel te veranderen. Handmatig: de gebruiker kan geheel handmatig de lens draaien om een optimale focus te bereiken.

Geluidsopnames
Dit veld geeft aan of de camera in staat is om geluid op te nemen bij foto's en filmpjes. Sommige camera's hebben een ingebouwd microfoontje waarmee u geluid kunt opnemen bij gemaakte foto's of tijdens het opnemen van filmpjes. Let goed op dat u niet uw hand over de microfoon houdt tijdens het opnemen!

Gewicht
Het totale gewicht van de camera. We streven ernaar dit gewicht inclusief batterij in te vullen, maar kunnen niet voorkomen dat dit soms niet mogelijk is.

Instelbaarheid
Geeft aan of de camera alles automatisch instelt, of dat u zelf de instellingen kunt wijzigen. Hierbij wordt bijvoorbeeld in acht genomen of het mogelijk is de ISO-waarden, witbalans, belichting of sluitertijd handmatig in te stellen.

Interface
Indicatie van de beschikbare aansluitmethoden. Dit geeft aan hoe u de camera aan uw computer kunt verbinden om de foto's en films er vanaf te kunnen kopiëren.

Intern geheugen
Een fotocamera heeft een eigen intern geheugen. De grootte hiervan wordt uitgedrukt in megabyte of gigabyte, afgekort MB en GB. Hoe hoger de waarde, hoe meer foto's er opgeslagen kunnen worden.

ISO-waarden
De ISO-waarde is een maat voor de lichtgevoeligheid van de camera. Dit geeft een indicatie van de lichtgevoeligheid van de camera. Automatisch betekent dat de camera het automatisch kan instellen. Als er daarnaast ook getallen staan, kan de gebruiker ook handmatig kiezen voor een andere lichtgevoeligheidsinstelling. Hoe hoger het getal, hoe minder licht er nodig is om een foto te kunnen maken.

Jaar van introductie
Geeft aan wanneer deze camera is geïntroduceerd. Weergegeven is het jaartal waarin deze camera op de markt is gekomen.

LCD-grootte
De lengte van de diagonale doorsnede van de LCD-display. Net als bij monitoren en TV's wordt de grootte van het LCD-display weergegeven als het aantal inch dat de diagonale doorsnede van de display groot is.

Max. 35mm equiv
Maximale brandpuntsafstand van de lens, die gelijk is aan de maximale brandpuntsafstand van de traditionele 35mm 'analoge' camera met een 50mm lens. Veel mensen zijn bekend met de brandpuntsafstand van lenzen voor 35mm filmcamera's. Daarom beschrijven de producenten van digitale camera's de brandpuntsafstand van hun camera's vaak door een referentie op te geven naar de brandpuntsafstand van een normale 35mm 'analoge' camera. Bijvoorbeeld: een digitale camera met een CCD-sensor ter grootte van 8.10mm bij 6.08mm heeft een diagonale doorsnee van 10.13mm. Een lens met een brandpuntsafstand van 11.7mm zou op deze sensor eenzelfde beeld van 47 graden produceren als een 50mm-lens op een 35mm 'analoge' camera. Voor dit type camera zou een 11.7mm-lens worden omschreven als '35mm-brandpunt equivalent van 50mm'. Door op deze manier de lenzen van digitale camera's te typeren, komen de producenten van digitale camera's de gebruikers die al ervaring hebben met 35mm 'analoge' camera's tegemoet.

Max. diafragma
In digitale camera's is het diafragma een ring van over elkaar schuivende lamellen. U kunt dit het beste vergelijken met de iris van een oog. De maximale diafragmawaarde geeft de verhouding weer tussen de maximale focusafstand (max 35mm equivalent) en de maximale diameter van de lens als het diafragma geheel geopend is. Voorbeeld: f/16 beschrijft een diafragma diameter welke één-zestiende deel is van de brandpuntsafstand.

Meegeleverd geheugen
Meestal krijgt u bij uw nieuwe digitale camera een betrekkelijk klein opslagmedium waarmee u in ieder geval aan de gang kunt. Voor serieus fotograferen kunt u echter het beste een wat groter opslagmedium aanschaffen.

Megapixels
Het aantal pixels bepaalt de beeldkwaliteit. Dit geeft aan hoeveel "beeldpunten" op de sensor gebruikt worden voor het vormen van het uiteindelijke digitale beeld. We streven ernaar hier het 'effectieve' aantal beeldpunten op te geven. Hoe hoger het aantal pixels, hoe meer details er in de foto worden opgenomen. Maar de kwaliteit van een foto gaat er niet noodzakelijkerwijs op vooruit als er nog een miljoen pixels bijkomen. Andere voorzieningen zoals lens, kleurfilter op de sensor en digitale beeldprocessor spelen ook een belangrijke rol bij het bepalen van de fotokwaliteit. Als u de foto's afdrukt op 10x15 formaat, dan heeft u aan een camera met 3 megapixels al genoeg voor scherpe foto's.

Min. 35mm equiv
Minimale brandpuntsafstand van de lens, die gelijk is aan de minimale brandpuntsafstand van de traditionele 35mm 'analoge' camera met een 50mm lens. Veel mensen zijn bekend met de brandpuntsafstand van lenzen voor 35mm filmcamera's. Daarom beschrijven de producenten van digitale camera's de brandpuntsafstand van hun camera's vaak door een referentie op te geven naar de brandpuntsafstand van een normale 35mm 'analoge' camera. Bijvoorbeeld: een digitale camera met een CCD-sensor ter grootte van 8.10mm bij 6.08mm heeft een diagonale doorsnee van 10.13mm. Een lens met een brandpuntsafstand van 11.7mm zou op deze sensor eenzelfde beeld van 47 graden produceren als een 50mm-lens op een 35mm 'analoge' camera. Voor dit type camera zou een 11.7mm-lens worden omschreven als '35mm-brandpunt equivalent van 50mm'. Door op deze manier de lenzen van digitale camera's te typeren, komen de producenten van digitale camera's de gebruikers die al ervaring hebben met 35mm 'analoge' camera's tegemoet.

Min. diafragma
In digitale camera's is het diafragma een ring van over elkaar schuivende lamellen. U kunt dit het beste vergelijken met de iris van een oog. De minimale diafragmawaarde geeft de verhouding weer tussen de minimale focusafstand (min 35mm-equivalent) en de minimale diameter van de lens als het diafragma zo klein mogelijk is. Voorbeeld: f/16 beschrijft een diafragma diameter welke één-zestiende deel is van de brandpuntsafstand.

Opslagtype
De opslagruimte van een camera is meestal uit te breiden met een geheugenkaart (memory card). Deze kaarten zijn los te verkrijgen in diverse formaten en zijn bovendien los van de camera uit te lezen met behulp van een cardreader. Flash memory is een veilige, zeer betrouwbare opslagmethode waarbij geen stroom wordt verbruikt nadat de afbeeldingen eenmaal zijn opgeslagen. De afbeeldingen worden pas verwijderd als de gebruiker daartoe opdracht geeft. De typen en begrippen op een rij:

• Compact Flash: compact flash is één van de meest gebruikte geheugenkaartjes en kan momenteel tot 32 GB aan capaciteit bevatten. Voordeel van het Compact Flash-systeem is dat gebruik van grotere capaciteiten meestal geen probleem is: de meeste apparatuur kan moeiteloos met grotere CF-kaartjes overweg zodra die op de markt komen. De meeste CF-kaartjes zijn gebaseerd op Flashtechnologie.

• Flash memory: dit is de verzamelnaam voor typen opslagmedia zoals Compact Flash, MMS, SD, xD en Memorysticks.

• Memorystick: de Memorystick is ontwikkeld door Sony en wordt dan ook vooral gebruikt in Sony’s eigen digitale foto- en videocamera’s.

• Memory stick duo: dit is een upgrade van de standaard memorystick.

• Memory stick pro duo: MS PRO Duokaarten zijn ongeveer de helft van het formaat van MS PRO kaarten en zijn bedoeld voor gebruik in kleinere digitale apparaten.

• Micro SD-kaart: deze kaart is momenteel qua formaat het kleinste. Het is ongeveer een kwart van de grootte van een standaard SD-kaart. Hij wordt vaak gebruikt in mobiele telefoons, GPS-systemen en camera’s. De kaart kan momenteel tot aan 8 GB capaciteit bevatten.

• MMC: MMC (MultiMediaCard) is een extra kleine uitvoering van een Compact Flash-kaartje. Daardoor zijn ze ideaal voor de kleinste multimedia apparatuur.

• SD card: SD cards zijn iets dikker dan MMC cards en alleen al daarom niet zonder meer uitwisselbaar met MMC cards. SD cardreaders zijn (vrijwel) altijd geschikt voor MMC cards, andersom zeker niet.

• xD-picture: De xD-kaarten zijn relatief goedkoop, erg snel en kunnen een maximale opslagcapaciteit hebben van 16 GB.


 

Optische sensor
Dit geeft aan welk type sensor wordt gebruikt. De sensor is het lichtgevoelige vlak in een digitale camera. Het lichtgevoelige vlak is een chip met heel veel lichtsensoren. CCD en CMOS zijn de meest gebruikte types sensoren. CMOS was een goedkopere sensor dan CCD, met goede kwalitatieve mogelijkheden, maar met een grotere kans op 'beeldruis' en een lagere lichtgevoeligheid. In principe zijn beide typen tegenwoordig gelijkwaardig.
CCD staat voor 'charge coupled device'. In digitale camera's worden zowel lineaire als vlak-CCD's gebruikt. Met een CCD worden alleen zwart- witafbeeldingen vastgelegd. De afbeelding wordt via rode, groene en blauwe filters geleid om de kleur vast te leggen. Dit is belangrijk voor de felheid van de kleuren. Samengevoegd maakt dit weer een mooie afbeelding.
Deze manier van filteren is de reden dat bij veel camera's het aantal effectieve megapixels kleiner is dan het aantal pixels op de optische sensor. CMOS betekent 'Complementary Metal Oxide Semiconductor'. CMOS- halfgeleiders werken met twee circuits, een met negatieve en een met positieve polariteit. Aangezien beide circuits niet tegelijk kunnen worden gebruikt, verbruiken CMOS-chips minder energie dan chips die één type transistor gebruiken. Daardoor is de CMOS-sensor zuiniger dan veel standaard-CCD's.

Optische zoom
Optische zoom is zoomen middels het mechaniek in de lens van de camera. Met optische zoom blijft de scherpheid van de foto gegarandeerd. U kunt hiermee een object in de verte dichterbij halen zonder verlies van kwaliteit. Er is een groot verschil tussen optische zoom en digitale zoom. Optische zoom werkt middels het mechanisch verstellen van lenzen in de camera zelf. Hierdoor blijft de kwaliteit van de foto hetzelfde. Bij digitale zoom een deel van de digitale foto wordt opgeblazen en er kwaliteit verloren gaat omdat er om meer beeldpunten wordt gevraagd dan er beschikbaar zijn. De camera moet dan de overige beeldpunten berekenen.

Resolutie
Indicatie van de hoogste resolutie van een foto uit de camera. Foto's met een hoge resolutie kunnen beter bewerkt worden omdat er meer informatie beschikbaar is dan bij een foto met een lage resolutie. De resolutie geeft aan uit hoeveel pixels het beeld is opgebouwd. Hoe hoger de resolutie, hoe meer details de foto bevat over de kleuren van het gefotografeerde object. Echter geldt ook: hoe hoger de resolutie, hoe groter de bestanden op het opslagmedium van de camera.

Rode ogenreductie
Rode ogenreductie door een duoflits. Menig camera is in staat de typische rode ogen die u krijgt door het gebruik van een flitser te verminderen door snel achter elkaar twee keer te flitsen. Door de eerste flits zullen de pupillen van de ogen van uw fotomodel verkleinen, waarna bij de tweede flits ze zo zijn verkleind dat de 'rode gloed' een stuk is verminderd

Snelste sluitertijd
De sluitertijd geeft de tijdsduur aan dat de sluiter minimaal open blijft. Een snelle sluitertijd is bijvoorbeeld 'een tweeduizendste van een seconde'. Gedurende die zeer korte periode kan er licht door de lens op de sensor vallen waarna er een beeld van wordt gevormd. Snelle sluitertijden worden vooral gebruikt in zeer lichte omgevingen.

Traagste sluitertijd
De sluitertijd geeft de tijdsduur aan dat de sluiter maximaal open blijft. Een trage sluitertijd is bijvoorbeeld '15 seconden'. Gedurende die zeer lange periode kan er licht door de lens op de sensor vallen, waarna er een beeld van wordt gevormd. Trage (lange) sluitertijden worden vooral gebruikt in zeer donkere omgevingen of om speciale effecten in foto's op te nemen. Bijvoorbeeld de strepen van autolichten op een autosnelweg.

Tv-out
Geeft aan of er een aansluiting met de tv gemaakt kan worden, zodat je foto's en/of film op het beeldscherm van de tv kunt weergeven. Veelal gebeurt dit aansluiten met een 'composite video' kabel. Een tulpstekker die middels een SCART-convertorplug op SCART-ingangen van de tv kan worden aangesloten. Indien de camera in staat is om geluidsopnames bij films of foto's te maken, zit er aan deze kabel meestal ook een extra tulpstekker waar geluid over wordt getransporteerd.

Type batterij
Geeft een indicatie van de gebruikte batterij of accusoort. Sommige camera's werken op AA-batterijen (penlites); anderen gebruiken een accu. Beide soorten hebben hun voor- en nadelen. AA-batterijen kunt u op elke hoek van de straat kopen maar gaan minder lang mee. Accu's gaan langer mee dan batterijen, maar wanneer de accu leeg is moet u hem opladen met een externe acculader die u misschien net thuis hebt laten liggen.

Zelfontspanner
Geeft aan of de camera zelfontspannerfunctie heeft. Wanneer de camera deze functionaliteit heeft, kunt u de camera zo instellen dat er met een korte pauze een foto wordt gemaakt. Zo heeft u zelf de tijd om ook op de foto te komen. Uiteraard moet de camera hier wel voor op een statief of een andere stabiele ondergrond worden geplaatst.

advertentie